La Raison De L'augure - Marc Belderbos
Synopsys:
De Rede van de augur.
Het genie van het ‘architectureren’.
Drie essays over het ontstaan.
Marc Belderbos
Éditions Architecturer.net
marc.belderbos@architecturer.net
2024
Vijf delen in een box. 1065 pagina's.
Tekst in het Frans met titel
La Raison de l’Augure.
Le génie de l’architecturer.
Trois essais sur le commencement.
ISBN 9789 4643 3531
Het boek staat te koop bij een boekhandel van hoge kwaliteit :
Peinture - fraiche (https://peinture-fraiche.be)
te Brussel
die het zend in heel Europa.
Click hier voor een directe link naar het boek.
*
De volgende tekst is een vertaling van de originele Franse presentatie
die op dezelfde plaats in de Franse versie op de site te vinden is.
Er lijkt altijd iets verloren te gaan in de vertaling.
Voor degenen die Frans lezen,
is het beter om deze originele versie te lezen.
*
Het boek
stelt in de gedachte
het idee en de reden
van een architectuur
als een inaugurele gebeurtenis
van het antropische levende wezen.
Vandaar de titel 'La Raison de l'Augure'.
Het boek gaat simpelweg
over de zin van deze woorden...:
‘augur’,...
'architectuur'..,
hun 'reden'...
De augur,
wat niet het orakel is,
was de openbaring
van wat de toekomst zou kunnen zijn
van degenen die hen raadpleegden.
En dit was gebaseerd,
niet op een com-positie van figuren,
maar op een dis-positie van materies,
zoals het geluid van de wind
in de boom van Dodona.
De arkhè-
die in het woord archi-tectuur zit,
-woord die ‘arkhè-tecture‘
zou kunnen geschreven worden-,
is er om deze inaugurele autoriteit
aan te duiden.
Tekton,
die in het woord archi-tectuur zit,
komt van het Griekse woord tikto (τίκτω)
en heeft de eenvoudige inaugurele betekenis 'voortbrengen',
'ter wereld brengen'.
Het boek gaat daarom over
architectuur als inaugurele autoriteit (arkhè-)
die het ‘ter wereld brengen’ (tikto)
van het antropische levende wezen’
(zo noemen wij wat anderen ‘Mens’ noemen)
mogelijk maakt.
Of, in een zekere zin, die
het ‘ont-staan’
als ‘antropische levende wezen
mogelijk maakt.
‘Antropisch levend wezen’
waarvan de betekenis in dit boek
degene is van het hedendaagse denken
en de hedendaagse wetenschap... :
Het antropisch levend wezen is ‘subject'.
‘Subject’
niet a priori bestaand,
essentieel ontoereikend
en niet centraal aan zichzelf.
“Het ‘subject’ bestaat niet a priori.
Hij is een kruising van de anderen.” (Laborit)
Hij is ‘sub-ject'…of onder-werp.
‘Onderwerp’ van een ‘onbewuste’
dat misschien niet eens het zijne is...
Hij is ‘Subject' dat,
door zijn ‘a priori niet-bestaan in se’,
door zijn ontoereikendheid
en door zijn niet-centraliteit aan zichzelf, voortdurend verlangt
naar een houding van zijn eigen wezen,
dat wil zeggen, naar waardigheid. (Dignitas)
‘Dignitas’ waarvan we weten,
dat het voor Alberti
de essentiële reden voor architectuur is.
‘Subject' dus, voor wie
deze precieze en noodzakelijke architectuur inauguraal is
van zijn ‘komst in de wereld’
of zijn ont-staan
als antropisch levende wezen in de ‘wereld’.
‘Wereld’ die niet langer gewoon
het primaire ‘Reële’ is
waarin niets opvalt,
maar al Realiteit is
d.w.z. de plaats van het Symbolische.
(Er wordt trouwens,
in dit boek
een essentiële onderscheiding gemaakt
tussen het Reële en de Realiteit.)
Deze architectuur is
-volgens de eis van A. Badiou
‘het geweldige interval
tussen het Reële en het Symbolische’
waardoor het 'subject’
uit het Reële,
waar alleen onmogelijkheid heerst,
kan ont-staan
als antropisch levend wezen,
en daardoor
een Symboliek kan naleven,
en vervolgens ervan leven.
Het boek ontwikkelt in extenso
het denken achter deze architectuur
waarvan een definitie
het volgende zou kunnen zijn :
Architectuur
richt op
net uit het Reële
een dis-positie van materie
- dis-positie die ‘ruimte’ wordt genoemd -
voor het allereerste ‘wel Zijn’
(dat niet het welzijn is)
van het antropisch levend wezen
- dat ‘subject' is.
Dit boek gaat dus over
niets meer dan
het ontstaan
van het antropisch levend wezen
Het werk heeft daardoor als ondertitel
‘Trois essais sur le commencement’
waarvan
‘Drie essays over het ont-staan’
een vertaling zou kunnen zijn.
En zo verdedigt het boek de positie,
nederig om het zacht uit te drukken,
van wat de pertinentie van architectuur
zou kunnen zijn:
daar zijn voor het ont-staan
of voor het ‘ter wereld brengen’
van het antropische leven.
En dit zonder enige pretentie
het Symbolische te betreden.
Dit boek gaat over een architectuur
die voorafgaat aan het symbolische.
Een architectuur die
het menselijk leven
uit het Reële haalt,
uit de dierlijkheid haalt,
en laat zien
dat er een Symboliek is,
dat er een Symboliek hoeft te zijn,
zonder te zeggen
welke Symboliek te kiezen.
*
Het werk, bestaat uit drie delen.
Het begint met twee delen theorie
gevolgd door een driedelig boekdeel
dat de geschiedenis in het Westen voorstelt
van de dis - positie van
de architectonische ‘materie’
in relatie
tot de dis-positie van
de 'materie' van het antropische levende wezen net uit het Reële,
voor een allereerste ‘wel Zijn’
(dat niet het welzijn is)
in een Wereld
of in een Werkelijkheid.
Deze parallelle verhalen
van de dis-positie van de materie,
van zowel architectuur
als van het antropische levende wezen,
vormen in feite
de mars van het idee van 'architectureren'.
De belangrijkste ondertitel van het boek
is daarom
‘Het genie van het architectureren’.
*
Het eerste deel,
‘Résonance de la raison
ou le dépouillement de la raison’
gaat uitgebreid in
op dit thema van
‘de reden’ van architectuur
voor het antropisch levend wezen
of op het thema
van de beste reden
die deze inauguratie is
van het antropisch 'wel Zijn'.
Het is een lang, langzaam verblijf
tussen de woorden van het ‘ont-staan’,
allemaal verhelderd
met de intentie van het antropische ‘wel Zijn’
helemaal aan zijn ont-staan,
zonder theoretische of filosofische a priori.
Deze bundel bevat een veertigtal artikelen vergezeld van talrijke gedetailleerde bijlagen.
De titel van de artikelen
betekent elke keer
een toename van het begripsveld
van de reden van deze architectuur.
Architectuur
aan het ont-staan
van het antropisch levend wezen....
en voor zijn ‘wel Zijn’
Hier verder volgen de titels…
(Men moet ze niet allemaal lezen…
Ze zijn er allemaal,
alleen om
de opbouwende insistentie of aandrang
te tonen).
De betere rede.
Rede en de draagwijdte van het wel Zijn.
Samenstellende rede.
Het lichaam als rede.
De ont-staan redenen.
De rede van wat houdt.
De rede van afstand.
De rede van het lichaam op af-stand.
De rede van de situatie.
De rede om iemand te zijn is om ergens te zijn.
De reden van de spiegel.
De rede om een ‘sub-ject’ te zijn.
Een wereld zonder rede.
Een Reële zonder rede.
De rede van abs-tractie.
Het verlies van de rede.
Het geven van rede aan het Reële en de zin.
De rede van de zin
en de rede van betekenisgeving.
De rede van een ‘table rase’.
De rede van toevluchtsoord
of de wisselvalligheden van de rede.
De rede van wat doorgaat, of rede - ratio.
Rede en Reëel.
Georiënteerde rede.
De eerste gesedimenteerde rede van de nomade.
Rede in het Reëele.
De rede van de kloof.
Rede tussen uitgestrektheid en structuur.
Rede in het Reële en door het Reële: geometrie.
Rede, ir-Reeëëele passage.
Zijn en passage zijn rede.
Zijn is rede.
Rede doordrongen van het Reële.
De rede van vorm.
Rede laat zich doen.
Rede aan het werk.
Rede onder-staand (sub-stance)
Onderliggende rede.
Het ultieme van ont-staande rede.
Het tweede deel,
STANCES À DIS-STANCES
of
het opzetten van het ont-staan
stelt vast,
door middel van een lange exegese
van een architectuurtekening,
een benadering
van wat een architectuur kan zijn
die er is voor
de inauguratie het antropische levende wezen.
Een architectuur
die dus alleen maar dit ont-staan betekent
en nooit verder gaat.
Ze is zoals het ont-staan van poëzie ...
Ze is opgebouwd uit inaugurele gebeurtenissen :
stanza’s.
Stanza’s
die op goede af-standen (af-stanza’s) zijn,
en leeg zijn.
Stanza’s
die de elementen van deze poëzie verwelkomen.
Zo is de architectuur
waar dit boek over gaat
opgebouwd uit af-standen (af-stanza’s).
De stanza’s,
altijd eerst, nooit alleen,
maar op af-stand van de anderen,
zijn de plaats
van het ont-staan
buiten het Reële,
nog niet Wereld
maar die een Wereld toe-staan.
De stanza’s zijn leeg.
In wezen leeg van betekenis.
En toch,
door hun af-standen,
stellen ze
een eerste gestructureerde uitgestrektheid
die breekt met het Reële en de natuur,
om zichzelf ervan te beschermen.
In dit boekdeel is dit het essentiële:
een lange, aanhoudende progressie
over het thema van de inauguratie
die zo ver gaat om te kunnen zeggen :
‘architectuur is getal’
en verder niets...
Deze bundel bevat ongeveer veertig artikelen,
en vele bijlagen terals verduidelijkingen.
Hieronder laten we weer de titels zien
juist om weer
de indringende poëzie ervan
te laten voelen…
Het begint met ..
‘De grond’
dan gaat het verder met
‘wat oprijst'.
gevolgd door
‘De materie en structuur van wat oprijst',
en 'De leegte als afstand'.
Dan …
De naam die het Reële doodt.
De naam die zegt
dat we het Reële kunnen op zij zetten
om een Wereld te laten ont-staan.
Dan …
een lange terugkeer in kleine,
aandringende stappen
naar de eerste plaats van de woorden,
de stanza's en hun af-standen,
de poëtische af-stand.
...
Architectuur en poëzie.
Architectonische stanza's.
Af-stand als passage.
Passage als aggregatie.
Lege af-stand: poëtische passage.
En dan..,
een terugkeer naar
de stanza’s in de tekening
die geanalyiseerd wordt
...
Leegtes, de negatieven van de stanza’s,
De stanza’s, de negatieven van de leegtes.
En dan..,
de eerste materie.
De Reële-aarde,
de wet en metonymie van de architectuur.
De echte aarde
belichaamt de af-stand
in geometrie.
Architectuur in materie,
onder-houdende de notie
van open ‘y-dentiteit’
zonder gesloten ‘identiteit’.
‘Y-dentiteit’ die zich
misschien heeft over-gegeven
aan architectuur.
De eerste situatie en
het fysieke ont-staan
van de geometrie.
Dit culmineertd in een essentieel :
architectuur is getal
aan
een stap van het Reële.
Tot slot nog, door een paar stappen
geraakt men aan architectuur
uit te spreken
als ‘Ir-Reëel'
en eindigt dit boekdeel met
Logica,
Ethiek,
en Esthetiek.
*
Het derde deel,
in drie onderdelen,
vestigt in het denken
‘De ontvouwing van het ont-staan’
in zijn geschiedenis.
Het laat zien dat
de architectuur die in dit werk wordt besproken, plaatsvond gelijktijdig met
de gedachte
dat het antropische levende wezens had
van zijn eigen 'ont-staan in de wereld’,
juist uit het Reële.
De Grieken besloten
Dat het ‘Ik' de eerste persoon wordt
en tegelijkertijd
zijn hun belangrijkste gebouwen
opgebouwd uit ‘antropomorfische' zuilen, allemaal als kleine 'ikken’
die zich in openheid voor het Reële houden.....
En dit werd gedaan gebaseerd op
de radicale ontoereikendheid
van het antropisch levende wezen
die het Idee nodig heeft
om te leven.
Maar het 'ik',
die de eerste plaats ineemendneemt,
verlaat langzaam
zijn aanvankelijke ontoereikendheid
om aan te komen,
na een lang traject,
-die dit boekdeel volledig beschrijft..-,
tot wat we
‘Re-naissance (of Wedergeboorte)’ noemen :
het antropisch levend wezen
gaat zichzelf beschouwen
als 'Mens',
centraal aan zichzelf,
voldoende,
a priori in staat om te oordelen...,
en in staat om een ‘voldoende’ ruimte te creëren.
‘Voldoende’ ruimte,
voldoende en gesloten Realiteit
die het Reële uitwist,
waar binnen
in oppositie tot buiten staat,
waar het eindige
in oppositie tot het oneindige staat,
en zijn aangezicht (facade)
in oppositie tot tegenover zijn diepte staat.
Het werkt als een ‘terreur’
met de toepasselijke naam 'Humanisme’
met dit '-isme,
arrogante aanmatiging,
waar de Mens denkt dat hij
centraal aan zichzelf is,
voldoende is...
Dit alles ontwikkelt zich
in Barok...
in Verlichting...
en leidt langzaam
tot romantisch lijden door alle Neo's
alvorens uiteindelijk
een cataclysmisch hyperrealisme
te onthullen,
Stalinistisch en Hitleriaans,
volledig
van com-positie van figuren
en in niets dis-positie van materie’s.
Hyperhumanisme,
cataclysmisch hyperrealisme
dat natuurlijk niet heeft geaccepteerd
wat het denken en de wetenschap
duidelijk hadden gezien
(Schopenhauer, Freud, Cantor,
Lacan, Laborit, Badiou...)
d.w.z. dat het subject niet a priori bestaat,
dat het antropische levende wezen
niet centraal staat aan zichzelf...
maar dat hij onder-worpen is.
En dus Onder-werp - Subject is
van een plaats
die het 'onbewuste' wordt genoemd,
een plaats
die daarbij niet van hem alleen is.
Dit Onder-werp - Subject is
de kruising van de anderen,
inherent ontoereikend en open,
waar binnen
niet in oppositie staat tot buiten,
waar het eindige
niet in oppositie tot het oneindige staat,
en haar aangezicht (façade)
niet in oppositie staat tot zijn diepte.
Mies van der Rohe
onthult een hypothese over
de ruimte van dit onder-werp - subject
in het paviljoen van Barcelona.
Deze architectuur breekt met
de com-positie van figuren
om
een dispositie van materies
voor te stellen.
Maar…. Het zijn nog steeds
massieve materies
oftewel
‘idealistische primaire substantie a priori’
waar men tegen botst
en waar men dus
het antagonisme van het ‘eene tegen het eene’
te veel merkt
en daardoor
het ene vol – ledig
en daardoor ‘humanistisch’
zich nog steeds bevestigt.
Uiteindelijk zullen het
sommige Japanners zijn
die de architectuur
eigen aan dit 'onder-werp – sub-ject’
niet centraal aan zichzelf
laten ontstaan.
Deze architecten
komen uit dit land, Japan,
waar….
voor de antropische levende wezens,
onderwerp ,of sub-ject, van
een immense traditie,
‘deel zijn van het andere’
in een soort 'communisme' van subjecten
en 'de kruising van de anderen zijn’ vanzelfsprekend is.
Deze architecten presenteren,
voor dit 'onderwerp - subject',
deze Architectuur
van dis-positie van
materies zonder massa,
en alleen van ruimtes,
met massaloze randen,
waar binnen
in niet-oppositie tot buiten staat,
waar het eindige
in niet-oppositie tot het oneindige staat,
en de aanzichten
in niet-oppositie tot de diepte staan.
*
Dit allemaal wordt in dit boekdeel
in detail getoond
met alle momenten ertussen
telkens netjes samengevat
door een idee van de architecturale vorm
als een samenspel
tussen
het Reëele,
de materie in dis- positie,
en het levende antropische subject,
Het gebeurt op zo'n manier dat
de hele draad zich laat zien,
van de Grieken tot nu,
van de geschiedenis van de architectuur inauguraal
van het levende antropische subject.
*
Twee belangrijke lezers
gaven ons de kracht om dit boek te voltooien:
Jean Ladrière en Alain Badiou.
Dit is wat zij erover schreven.
Jean Ladrière :
"De thesis van Marc Belderbos is een werk
van zeldzame originaliteit en uitzonderlijke speculatieve kracht.
Het biedt ons een authentieke theorie van de architectuur,
die niet bestaat uit het toepassen op de architectuur
van concepten die ontleend zijn
aan andere disciplines of aan a priori filosofische opvattingen,
maar die ons helpt de architectuur vanuit zichzelf te begrijpen.
De interpretatie ontwikkeld door de Heer Belderbos
is tegelijkertijd
een demonstratie van "wat in de architectuur architectuur is"
en een perspectief op het lot van de westerse architectuur,
van haar Griekse oorsprong
tot de vormen die ze heeft aangenomen
in het werk van de grote hedendaagse ontwerpers.
Het is ook een begrip van architectuur in het proces van haar zelfconstructie.
M. Belderbos past een aantal klassieke filosofische concepten toe,
zoals rede, discours, Reël, Realiteit, identiteit,
materie, vorm,
logica en esthetische ethiek.
Maar hij geeft er een uiterst persoonlijke interpretatie aan,
volgens de interne eisen van de ontwikkeling van zijn denken.
Men moet onvoorwaardelijk bewondering hebben
voor de kracht van het denken
die hem in staat stelt om dit conceptuele apparaat
rigoureus opnieuw uit te werken
volgens de strikte samenhang van zijn project,
en die hem ook in staat stelt om er
een systematische articulatie aan te geven
die wordt ondersteund door een verbazingwekkende creativiteit.
Het moet ook gezegd worden dat
de voorgestelde interpretatie van de geschiedenis van de westerse architectuur
een bijdrage van het grootste belang levert
aan het begrip van de karakteriserende historiciteit van de westerse cultuur
en de bestemming van de rede.
Het eerste deel van het boek ontwikkelt trouwens
de theoretische grondslagen van de relatie tussen architectuur en rede.
De thesis van M. Belderbos biedt ons dus
een echte, zelf consistente filosofie van de architectuur
die het denken echt vooruit helpt. "
Jean Ladrière.
https://fr.wikipedia.org/wiki/Jean_Ladrière
*
Alain Badiou :
Beste Marc Belderbos...
Een eenvoudige 'doorloop' door wat u ondernomen hebt met dit boek,
stelt meteen het opmerkelijke karakter ervan vast,
en ik zeg dit zonder te wachten en zonder te overdrijven.
Of het nu (willekeurig)
het inaugurele onderscheid tussen gebruik en gemak is,
of het complexe oordeel dat over Le Corbusier wordt gegeven,
of de centrering van het denken van Kahn,
ik kan u zeggen dat uw boek
me het gevoel gaf
de eerste te zijn
(bij mijn weten)
die het genie van het architectureren in gedachten vastlegde....
Ik dank U dat U me uw weg hebt getoond.
Alain Badiou
Deze brief van Alain Badiou verplichtte me.....